نموذج الذهاب الي صديقك لكنه ليس في المنزل اخبره ماذا تريد باللغة الهولندية

اميل رقم 10 الذهاب الي صديقك لكنه ليس في المنزل اخبره ماذا تريد باللغة الهولندية(مع بعض الكلمات المهمة )

lopen = مشي
fietsen = بسكليت 
dansen = رقص
werken = عمل
zingen = غنى
gaan = ذهب
meegaan = معي تاتي 
weggaan =لمغادرة
komen =تعال
binnenkomen = تعال الي الداخل
aankomen =وصل
nemen =أخذ
meenemen = تأخذ معها
pakken =ياخد 
krijgen = يحصل
geven = يعطي 
aantrekken = سحب  
vertrekken =ينطلق 
beginnen = بدأ
stoppen = توقف
praten = يتكلم
spreken =تحدث
kletsen = نميمة
luisteren =استمع
horen = سمع
zich voorstellen =قدم نفسك
verliezen =خسائر
huilen = يبكي
lachen = ضحك
roepen = دعوة او ينادي

سيتم ترجمة الكلمات غدا للاسف لا يوجد الوقت لدينا 

 
bellen = call on the phone
gooien = throw
voetballen = play football
bewegen = exercise
sporten = sport
beloven = promise
geloven = believe
kijken = look
bekijken = look at
zien = see
vinden = find
kopen = buy
bevallen = like
afscheid nemen = say goodbye
denken = think
nadenken = think
wennen (aan) = get used to
ophangen = hang up
vragen = ask
proberen = try
leggen = put
houden van = love
eten = eat
drinken = drink
hoeven = have to
moeten = must
kunnen = can
mogen = may
zoeken = search
vergeten = forget
sterven = die
scheiden = separate
vertellen = tell
schreeuwen = shout
verdwijnen = disappear
vallen = fall
laten vallen = drop
slapen = sleep
springen = jump
vechten = fight
dromen = dream
verschillen = vary
verlaten = leave
volgen = follow
aanbieden = offer
leren = learn
doen = do
kiezen = choose
winnen = win
klaarmaken = prepare
zorgen voor = take care of
tekenen = draw
rekenen = doing sums
tellen = counting
gebeuren = happen
trainen = train
organiseren = organize
brengen = bring
halen = pick up
veranderen = change
begrijpen = understand
trouwen = marry
pijn doen = hurt
hopen = hope
sturen = send
zich herinneren = remember
wensen = wish
noemen = call
nazeggen = repeat
willen = want
verstaan = understand
dragen = carry
lezen = read
zijn = be
aandacht besteden aan = pay attention to
ontmoeten = meet
uitslapen = sleep late
kennen = know
schijnen = seem
kloppen = be right
regelen = arrange
wachten = wait
oppassen = be careful
wandelen = walk
betekenen = mean
rijden = drive
stilstaan = stand stil
staan = stand
regenen = rain
hebben = have
heten = be called
helpen = help
wonen = live
maken = make