اميل رقم 10 الذهاب الي صديقك لكنه ليس في المنزل اخبره ماذا تريد باللغة الهولندية(مع بعض الكلمات المهمة )

اميل رقم 10 الذهاب الي صديقك لكنه ليس في المنزل اخبره ماذا تريد باللغة الهولندية(مع بعض الكلمات المهمة )

Nederlands leren
Nidal Nabil19 أكتوبر 2018آخر تحديث : منذ سنتين

lopen = مشي
fietsen = بسكليت 
dansen = رقص
werken = عمل
zingen = غنى
gaan = ذهب
meegaan = معي تاتي 
weggaan =لمغادرة
komen =تعال
binnenkomen = تعال الي الداخل
aankomen =وصل
nemen =أخذ
meenemen = تأخذ معها
pakken =ياخد 
krijgen = يحصل
geven = يعطي 
aantrekken = سحب  
vertrekken =ينطلق 
beginnen = بدأ
stoppen = توقف
praten = يتكلم
spreken =تحدث
kletsen = نميمة
luisteren =استمع
horen = سمع
zich voorstellen =قدم نفسك
verliezen =خسائر
huilen = يبكي
lachen = ضحك
roepen = دعوة او ينادي

سيتم ترجمة الكلمات غدا للاسف لا يوجد الوقت لدينا 

 
bellen = call on the phone
gooien = throw
voetballen = play football
bewegen = exercise
sporten = sport
beloven = promise
geloven = believe
kijken = look
bekijken = look at
zien = see
vinden = find
kopen = buy
bevallen = like
afscheid nemen = say goodbye
denken = think
nadenken = think
wennen (aan) = get used to
ophangen = hang up
vragen = ask
proberen = try
leggen = put
houden van = love
eten = eat
drinken = drink
hoeven = have to
moeten = must
kunnen = can
mogen = may
zoeken = search
vergeten = forget
sterven = die
scheiden = separate
vertellen = tell
schreeuwen = shout
verdwijnen = disappear
vallen = fall
laten vallen = drop
slapen = sleep
springen = jump
vechten = fight
dromen = dream
verschillen = vary
verlaten = leave
volgen = follow
aanbieden = offer
leren = learn
doen = do
kiezen = choose
winnen = win
klaarmaken = prepare
zorgen voor = take care of
tekenen = draw
rekenen = doing sums
tellen = counting
gebeuren = happen
trainen = train
organiseren = organize
brengen = bring
halen = pick up
veranderen = change
begrijpen = understand
trouwen = marry
pijn doen = hurt
hopen = hope
sturen = send
zich herinneren = remember
wensen = wish
noemen = call
nazeggen = repeat
willen = want
verstaan = understand
dragen = carry
lezen = read
zijn = be
aandacht besteden aan = pay attention to
ontmoeten = meet
uitslapen = sleep late
kennen = know
schijnen = seem
kloppen = be right
regelen = arrange
wachten = wait
oppassen = be careful
wandelen = walk
betekenen = mean
rijden = drive
stilstaan = stand stil
staan = stand
regenen = rain
hebben = have
heten = be called
helpen = help
wonen = live
maken = make

رابط مختصر